Interview

Sophy Romvari over Blue Heron: "De realiteit van mijn eigen ervaring onder ogen zien"

Jean-François Pluijgers

De Canadees-Hongaarse cineaste Sophy Romvari (Still Processing, It's What Each Person Needs) putte voor haar eerste langspeelfilm uit haar jeugdherinneringen. Blue Heron volgt de achtjarige Sasha, die het evenwicht in het gezin ziet wankelen onder het onvoorspelbare gedrag van haar broer Jeremy, zonder te vatten wat er aan de hand is. Romvari laat fictie en herinnering in elkaar overlopen in een gefragmenteerde vertelling: een gedurfde, fijngevoelige kroniek. We spraken haar op het vorige Film Fest Gent, waar de film de Explore Zone Award won.

Voor Blue Heron liet je je inspireren door je eigen herinneringen. Welke uitdaging bracht dat met zich mee?

Het project vertrok vanuit mijn eigen ervaring, maar naarmate ik verder raakte in het scenario werd die stof veel beweeglijker. Ik probeerde een verhaal te maken dat emotioneel klopte met wat ik zelf had meegemaakt, maar ik besefte al snel dat veel van mijn herinneringen fout konden zijn, of ontbraken, of nog niet op hun juiste plaats zaten. Ik zocht naar een manier om terug te kijken op mijn kindertijd en te proberen begrijpen wat er gebeurd was, en uiteindelijk besefte ik dat je niet alles kunt weten en niet alles kunt veranderen. Voor mij is_ Blue Heron_ een manier om dat te aanvaarden.

Hoe verliep het schrijfproces?

Ik heb er jaren aan geschreven. In 2021 begon ik aan de eerste helft, een reeks taferelen die, gezien door de ogen van een kind, lieten voelen hoe de spanning thuis stilaan opliep. Ik zocht naar beelden die dat gevoel konden dragen en tegelijk een heel gewoon gezinsleven lieten zien. Die aanpak komt denk ik uit mijn opvoeding. Mijn ouders zijn allebei uit Hongarije naar Canada geëmigreerd. Mijn vader had daar cinematografie gestudeerd, maar hier heeft hij het vak nooit uitgeoefend. Zijn kinderen werden dan maar zijn onderwerp: hij heeft ons voortdurend gefilmd en gefotografeerd. Zo ben ik gaan zien dat het alledaagse ook boeiend kan zijn. Hij legde niet alleen verjaardagen en gebeurtenissen vast, hij filmde ons even goed terwijl we gewoon wat aan het doen waren. Dat is wat ik heb overgenomen, zowel in het camerawerk als in de manier van vertellen. Het tweede deel is veel hybrider van vorm, daar werk ik onder meer met echte maatschappelijk werkers die zichzelf spelen. De derde akte brengt die twee registers samen in fictie. Die structuur lag trouwens al vast voor we begonnen te draaien.

Die structuur is ongewoon, en kan de kijker behoorlijk op het verkeerde been zetten…

Dat was ook de bedoeling. Ik wilde een structuur die een beetje stoort, die ruw aanvoelt, omdat dat me trouw lijkt aan wat je emotioneel doormaakt wanneer je volwassen wordt. De ene dag ben je nog een kind, en voor je het beseft sta je in een nieuwe ruimte. Ik wilde dat het een tijdlang desoriënterend zou zijn, tot de kijkers doorhebben wat er aan de hand is, en dan hun verwachtingen op het einde nog eens een duw geven. Dat leek me de eerlijkste manier om weer te geven wat ik mijn leven lang heb gevoeld in mijn pogingen om mijn verleden te begrijpen.

Hoe is het idee van die taferelen gegroeid?

Dat heeft wellicht met mijn stijl als auteur te maken: ik werk liever met veel taferelen dan met een lineaire opbouw. Ik heb heel wat scènes geschreven met een gelijkaardige boog, die heel banaal beginnen en dan naar de chaos toe kruipen. Dat klopte met hoe ik het als kind heb beleefd, want er was altijd wel iets aan de gang op de achtergrond, iets dat almaar groter werd. Ik wilde dat de kijkers dat gevoel zouden delen: dat je een volstrekt gewone dag kunt beleven terwijl er iets anders staat te gebeuren, dat er voortdurend een dreiging op de achtergrond hangt.

Was je je daar als kind van bewust?

Ik denk het wel. Maar het was zo gewoon geworden dat het me helemaal niet abnormaal leek. Zoals in die scène waarin Sasha aan haar moeder vraagt of ze een vriendin mag uitnodigen, en die antwoordt: "ik denk niet dat dat een goed idee is". Zoals bij veel mensen proberen ouders hun kinderen te beschermen tegen die angst voor het oordeel van de buitenwereld. Als kind sta je daar niet bij stil, je gaat er gewoon van uit dat het zo gaat bij jou thuis, zonder dat daar enige schaamte bij komt kijken. Dat wilde ik onderzoeken vanuit het perspectief van een volwassene die terugkijkt: tonen hoe je ouders je proberen te beschermen, terwijl jij die paranoia of die schaamte zelf helemaal niet voelt.

Hoe verliep de casting?

Het was een lang en moeilijk proces, want als je een gezin cast, moet iedereen niet alleen bij elkaar passen, er moet ook chemie zijn. Voor de ouders en de kinderen zijn we anders te werk gegaan. Voor de ouders deed ik een beroep op een Hongaarse castingdirector, die op zoek ging naar sterke acteurs met de juiste chemie. Sasha vinden, voor wie dit de eerste film is, was een ander verhaal. En Jeremy hebben we via straatcasting gevonden. Edik Beddoes had nooit eerder gespeeld, dus hebben we de repetities gebruikt om een vertrouwensband met hem op te bouwen. We spraken een of twee keer per week af in een park, brachten daar tijd samen door, en hij vertelde me in vertrouwen wat hem bezighield, zodat ik wist waar hij stond. De kinderen hadden dan weer speelafspraken, en zodra iedereen op dezelfde plek samen was, hebben we vooral tijd met elkaar doorgebracht en gezorgd voor een omgeving waarin iedereen zich op zijn gemak voelde, in plaats van dialogen te repeteren.

Wist Sasha dat ze een versie van jou speelde?

Ja. Soms kwam ze naar me toe, gaf ze me een knuffel en zei ze: "ik ben jou" (lacht). Dan herinnerde ik haar eraan dat ze een personage speelde en dat ze Sasha heette. Het is een heel intelligent kind, en in het echt heel anders dan het personage in de film. Ze is echt een actrice: ze zet de knop om en begint te spelen. En ze heeft veel talent, met een groot observatievermogen. Als ze speelt, denkt ze na over wat er tegen haar gezegd wordt in plaats van gewoon op de dialogen te reageren, en dat is belangrijk voor mij.

Zou je Blue Heron autofictie noemen?

Die etiketten laat ik liever aan anderen over. Documentaire, hybride, genres: al die termen bestaan om over een film te kunnen praten en hem ergens te plaatsen, maar ik gebruik ze alleen voor de stilistische aanpak. Voor mij is de documentaire een heel vloeibare vorm. Ik denk niet dat een documentaire van nature iets waarachtigers aanduidt, en fictie iets valsers. Het hangt eerder af van hoe je de regiestijl benadert. Ik gebruik bepaalde documentaire middelen, bijvoorbeeld wanneer ik echte maatschappelijk werkers in de film inzet, maar ik zorg er ook voor dat zij zich binnen een fictieve context bewegen. Dus ja, Blue Heron stoelt op wat ik heb meegemaakt, maar heel wat elementen vond ik interessanter om anders te behandelen dan ze in werkelijkheid gelopen zijn. Ik heb voortdurend in die richting gekozen, in plaats van scènes opnieuw te laten draaien omdat ze niet exact overeenkwamen met wat er gebeurd was. Als cineaste lijkt me dat niet interessant. Ik heb al veel zeer persoonlijke kortfilms gemaakt, en ik heb onderzocht wat een persoonlijke film interessant maakt, of net niet. Sommigen zullen Blue Heron een te persoonlijke film vinden, anderen zullen hem meeslepend en boeiend vinden, en er iets in herkennen om zich mee te vereenzelvigen.

De experts die in de film aan het woord komen, zeggen over de aandoening van Jeremy dat ze vandaag niet meer antwoorden hebben dan in de jaren negentig. Hoe kijk jij daarnaar?

Ik heb veel onderzoek gedaan met maatschappelijk werkers, psychologen en therapeuten, en dat heeft uiteindelijk tot deze film geleid. Ik heb hun over het project verteld, en ze hebben me gesteund omdat ze het belangrijk vonden dat er over gepraat wordt. Er zit namelijk te weinig beweging in de manier waarop we met geestelijke gezondheid omgaan. In wezen zitten we nog altijd bij crisisinterventie, in plaats van bij een maatschappelijk inzicht in hoe je die problemen oplost. Die mensen werken in dat veld net omdat ze zich daarvan bewust zijn. Daarom leek het me boeiender om experts vanuit hun eigen praktijk te laten spreken, in plaats van hun woorden zelf te bedenken.

Wat heeft het je uiteindelijk bijgebracht, dat terugkeren naar je eigen geschiedenis? Was het helend?

Voor mij gaat de film minder over genezing dan over aanvaarding. Als ik Blue Heron zie, moet ik de realiteit van mijn eigen ervaring onder ogen zien. Het is dus eerder een kans om na te denken en verder te gaan, en ik vermoed dat daar ook iets van een helingsproces in zit. Maar het gaat er minder om te vinden dat ik nu genezen ben, dan om te zeggen: "ik aanvaard dat dit de realiteit is, ik kan ze delen met anderen, en zij kunnen hun eigen realiteit weerspiegeld zien in de film". Ik heb deze film niet gemaakt om te genezen, daar heb je therapie voor nodig...

Blue Heron

Een gezin van zes mensen vestigt zich in hun nieuwe huis op Vancouver Island, terwijl de dynamiek binnen het gezin zich ontvouwt door de ogen van het jongste kind.

Jean-François Pluijgers

Laatste artikelen