Review

Classic Hollywood, compromisloos hedendaags

Christopher Nolan heeft zich al vaker aan onmogelijke projecten gewaagd. Deze keer zet hij zijn tanden in een tekst van bijna drieduizend jaar oud en slaagt erin er iets van te maken dat tegelijk classic Hollywood en compromisloos hedendaags aanvoelt. Dat is geen kleine prestatie, en het is precies waarom The Odyssey een groot succes zal worden.

Odysseus (Matt Damon), koning van Ithaca, sukkelt na de val van Troje nog eens tien jaar rond op zee, achtervolgd door monsters, goden en zijn eigen herinneringen, terwijl zijn vrouw Penelope (Anne Hathaway) thuis een paleis vol opdringerige vrijers moet afhouden. Nolan vertelt dat verhaal niet chronologisch, maar puzzelt het uiteen in tijdlagen die elkaar pas op het einde, bij de definitieve confrontatie tussen de koning en de vrijers, volledig raken.

Laat ons beginnen bij wat iedereen zal onthouden: de cast. Ik heb zelden een ensemble gezien waarin niemand de indruk wekt op de verkeerde plek te zitten. Matt Damon speelt geen held, hij speelt een man die zijn eigen heldendom niet meer vertrouwt, en dat contrast tussen fysieke uitputting en mentale scherpte zou hem wel eens een Oscar kunnen opleveren. Tom Holland bewijst dat hij meer kan dan met een spinnenpak rondzwaaien; als Telemachus tilt hij zijn beste werk tot nog toe uit de kast. Anne Hathaway is ronduit geweldig als Penelope, ingehouden waar een andere actrice zou overacteren. En dan is er John Leguizamo, die met een blinde Eumaeus — elke cataract-lens heeft een andere kleur, een detail dat hij zelf aanbracht — een bijrol creëert die je moeilijk nog vergeet.

Zoek een miscasting in dit hele blok, je zult er geen vinden. Ook Lupita Nyong’o als Helena van Troje (en haar tweelingzus Clytemnestra) is een perfecte keuze van Nolan. Er was online veel te doen over de kleur van de casting, maar eerlijk, het interesseert me geen fluit. Dit is mythologie, geen historisch verslag, en Homerus was nooit specifiek over haar huidskleur of etniciteit in de moderne betekenis van het woord. Hetzelfde geldt voor alle ophef rond Elliot Page, een storm in een glas water en vooral symptomatisch voor een online cultuur die liever reageert op een trailer dan op een film. Nolan zelf zei het treffend: wie de film nog niet gezien heeft, praat sowieso over iets anders dan wat er werkelijk op het doek staat.

Visueel en auditief is The Odyssey gewoonweg episch. De muziek van Ludwig Göransson, niet gebouwd rond een klassiek orkest maar rond bronzen gongs, houten lieren en als blaasinstrument de aulos, versterkt dat zonder ooit de scène te overschreeuwen. Maar wat het meest bijblijft, is de emotionele reis die je als kijker mee aflegt met de acteurs. Meer dan bij Oppenheimer zit je tegen het einde met een krop in de keel. Oppenheimer schiep een monster en voelde zich verscheurd. Odysseus reflecteert op de verschrikkingen die hij zelf heeft meegemaakt en voelt zich evenzeer verscheurd, en misschien is net dat de echte reden waarom hij zo lang van koers raakte. Niet de goden, niet de zeeën, maar iets wat hij met zich meedraagt en niet kwijt kan. Daardoor krijgt het verhaal ook emotioneel veel meer gewicht.

De IMAX-ervaring is trouwens overweldigend. Je maakt de reis mee met Damon alsof je zelf aan een riem van dat scheepsboord hangt. Zelden was een film zo compleet immersief. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de keuze om vrijwel alles praktisch te doen: een echt schip als Odysseus’ vloot, een Trojaans paard van tien meter hoog dat letterlijk over het strand werd gesleept, kostuums die kunstmatig verweerd werden in plaats van blinkend uit de kast te komen. Dat soort keuzes geeft de film iets tijdloos, in de zin van Lawrence of Arabia (1962): een klassieker die je onderdompelt in het Saharazand.

The Odyssey tilt alles op boven een gewone mythologische spektakelfilm en maakt het menselijk. Neem de grot van de cycloop. In Homerus klampen de mannen zich vast onder de buik van de schapen om te ontsnappen, hier gebeurt het met stro, vastgebonden op de rug van de soldaten. Klein detail, maar precies zo’n keuze maakt het verschil tussen iets wat je leest in een schoolboek en iets wat aanvoelt als iets wat echte mensen ooit bedacht kunnen hebben. Of neem ook de scène met de Sirenen. Nolan ontdoet die bewust van alle sensualiteit die je normaal met dit beeld associeert. Het voelt synthetisch en steriel, terwijl Odysseus, vastgebonden aan de mast, het net wél wil ervaren. Hetzelfde geldt voor de ontmoeting met de tovenares Circe, briljant vertolkt door Samantha Morton. Geen gruwelscène, maar iets kils en klinisch, een handgebaar van haar dat achteloos overkomt tot je beseft wat er net gebeurd is. De zwijnen zijn geen spektakelstuk om van te griezelen, maar een spiegel: mannen die na jaren oorlog al half hun menselijkheid kwijt waren en nu gekneed worden in iets anders. Diezelfde reflex, het strippen van de mythologie tot haar menselijke kern, stuurt ook de montage. Nolan vertelt geen chronologisch verhaal, maar schuift perspectieven en herinneringen laagje voor laagje in elkaar, tot alles uitmondt in de confrontatie met de vrijers.

Is The Odyssey mijn favoriete Nolan-film? Nee, dat blijft voorlopig nog _Inception _(2010), maar deze komt akelig dichtbij. Het is een avonturenfilm met horrorsequenties die je huid doen kriebelen en een passieproject dat je tot in je botten voelt. Ja, hij duurt drie uur, en ja, er zaten waarschijnlijk scènes bij die je had kunnen inkorten, maar daar maal je niet om. Nolan bouwt alles zorgvuldig op. Neem nu de scène met Robert Pattinson en de rest van de vrijers, wanneer Penelope hen ontvangt vanachter een scherm, letterlijk gescheiden van de mannen die haar paleis al als hun eigendom behandelen. Dat gordijn tussen haar en de horde die om haar hand (en haar troon) dingt, zegt zonder woorden alles. Dit is een vrouw die zich moet afschermen tegen mannen die haar rouw als opportuniteit zien. Het licht valt er zo doorheen dat je enkel haar silhouet ziet, zelden haar volledige gezicht, precies het conflict waarin ze zit: vasthouden aan de troon van haar man, terwijl elke vrijer haar influistert dat wachten zinloos is. Pattinson voegt zich moeiteloos in die groep, met net genoeg dreiging en arrogantie zonder een karikatuur te worden. Geen schurk uit een sprookje, maar een man die gelooft dat macht hem toekomt als hij maar lang genoeg wacht, en tegelijk een hatelijke lafaard. Die ingehouden dreiging, tegenover Penelope’s onwrikbare weigering, bouwt precies op naar de finale confrontatie.

En dat is de narratieve kracht van Nolan. Hij reist mee terug naar Ithaca, en hij komt thuis als koning.

The Odyssey

Twintig jaar na zijn vertrek naar de Trojaanse oorlog keert koning Odysseus eindelijk terug naar Ithaca, maar zijn reis is bezaaid met avonturen en beproevingen.

Laatste artikelen