“Je suis maudit”, is één van de eerste dingen die je Birahima, het hoofdpersonage uit de animatiefilm Allah n’est pas obligé hoort zeggen. “Ik ben vervloekt.” Het is niet moeilijk om te begrijpen wat hij bedoelt, want de jongen is amper 12 jaar oud en slijt zijn dagen als kindsoldaat. We bevinden ons in West-Afrika anno 1993, op een moment dat zowel Liberia als Sierra Leone verwikkeld zijn in een bloederige en uitzichtloze burgeroorlog. Om de ellende nog te onderstrepen, krijgt Birahima al na enkele minuten in de film een kogel in de borst. De gelegenheid om het leven dat hij voor zijn ogen ziet flitsen aan ons te vertellen.
Hij werd geboren in een dorpje in Guinee, de noorderbuur van zowel Liberia als Sierra Leone. Van zijn vader geen spoor, maar hij kon rekenen op de goede zorgen van zijn moeder en grootmoeder. Birahima groeide uit tot een deugniet met een voorliefde voor schuttingtaal en de reflex om zijn tong uit te steken naar iedereen die hem dwars zit. Maar aan dat zorgeloze leven kwam een einde toen zijn moeder plots overleed. Zijn oma zag het niet zitten om op haar oude dag de jongen eigenhandig groot te brengen en stuurde hem naar een tante in Liberia. Aan de zelfverklaarde féticheur (magiër) Yacouba om hem te vergezellen. En dan wordt hun auto overvallen door kindsoldaten.
Allah n’est pas obligé is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma uit 2000 en werpt een blik op een onzalige realiteit. Je voelt ook aan alles dat Kourouma zich zwaar verdiept heeft in zijn onderwerp — kindsoldaten dus — en er de sprekende details en inzichten uit heeft afgeleid. Regisseur Zaven Najjar heeft als kind van een familie met Armeense, Syrische en Libanese roots ook duidelijk voeling met de thematiek. Maar het opvallende is dat hij in de eerste plaats op zoek gaat naar de menselijkheid, en dan met name de vriendschap, de verbondenheid en zelfs de humor.
Het resulteert in een animatiefilm die de werkelijkheid niet verbloemt maar die je ook niet in een diepe depressie naar huis stuurt. Hoe donker de hemel ook kleurt, er is altijd nog een sprankeltje hoop, lijkt Allah n’est pas obligé te zeggen. Wie zijn wij om dat tegen te spreken?

