Lilia heeft de oversteek gemaakt voor de begrafenis van haar geliefde oom Daly, een meerdaagse gebeurtenis met rituelen en mantra’s die regisseur Leyla Bouzid ingetogen en nauwgezet in beeld brengt en die de film een grote waarachtigheid verlenen. Oma is ontroostbaar, er hangt een trieste sfeer, al laat Bouzid ook ruimte voor een beetje humor. Of zoals oma zegt wanneer ze na de begrafenis het kerkhof bezoeken: “Wat ligt hij krap!”
Lilia voelt echter al snel dat er iets niet klopt. Hoe meer ze te weten komt over de dood van Daly, hoe meer vragen ze zich stelt. Waarom lag hij naakt op straat? Waarom wil niemand het over zijn leven hebben? Waarom gedraagt de politie zich zo neerbuigend? Het antwoord heeft finaal te maken met een problematiek die Lilia maar al te goed kent en die in Tunesië veel zwaarder weegt dan in Parijs: homofobie.
De titel À voix basse laat zich vertalen als ‘Met stille stem’, een verwijzing naar het feit dat queer mensen in Tunesië zich koest moeten houden en dat er vooral niet gepraat wordt over hun seksuele voorkeur. Als Parijzenaar weigert Lilia zich daar zomaar bij neer te leggen, en dat zorgt voor de nodige spanningen. Omdat alles onuitgesproken blijft, ontstaan er bovendien misverstanden, wat de situatie nog erger maakt. Zo ontdekt Lilia dat ze daardoor al lang rondloopt met een verkeerd beeld van haar moeder (rol van Hiam Abbass).
Als verhaal van alledaagse communicatiestoornissen, als blik op de gay cultuur van Tunesië en als portret van de bekrompen manier waarop die gemeenschap omgaat met zijn queer bewoners blijft À voix basse overeind. Omdat de problemen op zich weinig verrassend zijn, balanceert de film dan weer geregeld op de rand van de banaliteit. Met de hulp van haar actrices slaagt Bouzid er echter wel tekens in om de boel levend te houden.

