Op 5 augustus keren Lola (1961), La Baie des Anges (1963), Les Parapluies de Cherbourg (1964), Les Demoiselles de Rochefort (1967) en Peau d'Âne (1970) terug naar het grote scherm. Naar aanleiding van deze hernemingen blikken we terug op de drie hoekstenen van de Franse musical die het genre opnieuw definieerden. Jacques Demy ondermijnde de codes van de flamboyante Amerikaanse voorbeelden die hij bejubelde (Stanley Donen, Vincente Minnelli, Howard Hawks) en populariseerde zo een hybride, door dualiteit beheerste filmtaal waaruit hedendaagse cineasten als Damien Chazelle, Christophe Honoré, Greta Gerwig en Leos Carax nog altijd putten.
Review
De betoverende wereld van Jacques Demy: De kunst van de Franse musical

TW : Dit artikel bevat analyses die bepaalde aspecten van het plot van de besproken films kunnen onthullen, maar geen enkele afloop wordt expliciet beschreven.
Les Parapluies de Cherbourg
De havenstad Cherbourg verschijnt op het scherm met haar grauwheid, haar matrozen en haar kasseien, begeleid door de muziek van Michel Legrand, de componist die onlosmakelijk met Demy verbonden is. En dan komt de regen, met de voorbijgangers en de kleurrijke paraplu's die daar tegen afsteken. Al bij de opening verwijst Les Parapluies de Cherbourg naar Singin' in the Rain (1953) van Stanley Donen en Gene Kelly, verplaatst naar een realistische Franse omgeving en in een melancholische toonaard. Door de regisseur zelf omschreven als een film "en chanté" (een woordspeling op enchanté, 'betoverd', en chant, 'gezongen'), waagt de film zich aan een ononderbroken gezang en laat hij het spektakel van de dansnummers achterwege, nochtans een wezenlijk bestanddeel van de Hollywoodmusical. Deze radicaliteit gaat samen met de verzadigde kleuren (die van de kostuums stemmen overeen met het behang, de decors en de voorwerpen daarin), die een narratieve, psychologische en fantasmagorische functie hebben. De artificialiteit, eigen aan het genre, roept een verheerlijking op van het Normandische alledaagse, die ingebed is in de harde sociaal-politieke en historische realiteit van Frankrijk aan het einde van de jaren 1950 en het begin van de jaren 1960, met de verplichte legerdienst en, vooral, de Algerijnse Oorlog.
Naast het verhaal van de opgeofferde eerste liefde schildert de cineast, zelf zoon van een garagehouder (net als Guy, gespeeld door Nino Castelnuovo) en van een kapster, trefzeker de moeilijkheden van het proletariaat, zonder de economische druk op vrouwen en alleenstaande moeders uit het oog te verliezen. Ginny, de sekswerker die Guy bij zijn terugkeer van het front betaalt, draagt in werkelijkheid dezelfde voornaam als Geneviève (Catherine Deneuve), de vrouw van wie hij houdt en die tijdens zijn afwezigheid met een diamantair is getrouwd. Naast de herinnering aan het 'verraad' becommentarieert het spiegeleffect impliciet het klasseverschil en de respectieve opofferingen die beide Genevièves moeten brengen om te overleven of om een comfortabele sociale status te behouden in een patriarchale, consumptiegerichte samenleving. Tweemaal doorbreekt Geneviève met een blik recht in de camera het filmische contract en spreekt ze ons rechtstreeks aan, wanneer de burgerlijke conventies het winnen van de gevoelens. Eerst, in de scène met de driekoningentaart, verkondigt ze richting Roland Cassard (Marc Michel) en de lens: 'Ik heb geen keuze, u bent mijn koning!', voordat ze zich erbij neerlegt en haar kroon opzet. Vervolgens, wanneer ze gaat trouwen, confronteren haar ogen, gesluierd door haar bruidskleed, ons in twee fasen via de montage. Wanneer Deneuve de vierde wand doorbreekt, drukt ze, door aan het einde van het shot haar blik neer te slaan, de kwellingen uit die haar heldin verscheuren.
De wreedheid schuilt in de spanning tussen interne krachten (de oorlog, het gezin, de dictaten) en externe krachten (de tragedie, het lot), die de film uitvergroot. De verheviging van de emoties, gedragen door de lyriek van Legrand, put uit het melodrama en treedt op tal van vlakken in dialoog met Splendor in the Grass (1961) van Elia Kazan. Zo verankert Demy zijn melodramatische opwellingen in een grondtoon van berusting en ironie, zoals blijkt uit de repliek van Madame Evéry (Anne Vernon), die haar dochter probeert te troosten met de woorden: 'Sterven van liefde doe je alleen in de film.' De dodelijke romantiek maakt definitief plaats voor het bittere verdriet van de mislukte levens, omdat men, net als aan de benzinepomp, niet heeft weten te kiezen voor 'super of gewoon'.
**Les Demoiselles de Rochefort **
Drie jaar na het internationale succes van Les Parapluies haalt Jacques Demy twee Amerikanen naar Rochefort: George Chakiris en Gene Kelly. Deze keer is het een echte musical, gezongen en gedanst, in het hart van de Franse provincie. De film opent met een woordeloze hommage aan West Side Story (1961) van Jerome Robbins en Robert Wise. Verderop klinken varianten op twee andere cultnummers: 'Good Morning' uit Singin' in the Rain en 'Two Little Girls From Little Rock' uit Gentlemen Prefer Blondes (1953) van Howard Hawks. Dat laatste hernemen Catherine Deneuve en Françoise Dorléac, zussen op het scherm en in het echt, in rode pailletjesjurken. Al die citaten maken van Rochefort een openluchtstudio, op het ritme van het amoureuze heen-en-weer in de balletten van Norman Maen. Voor de gelegenheid schilderde Bernard Evein, de vaste decorontwerper van Demy, de gevels van de Place Colbert wit en honderden luiken in frisse pasteltinten.
Peau d’Âne
Een ezel die goudstukken poept, een papegaai die zingt, een japon in de kleur van de tijd, een heks die padden spuwt, een mythische slow motion van Catherine Deneuve in het dorp en een helikopter bij het kasteel van Chambord. Deze psychedelische beelden uit Peau d'Âne, de musicalbewerking van het sprookje van Charles Perrault, komen voort uit een werk dat zich aan elke categorie onttrekt en dat onder meer verwijst naar La Belle et la Bête (1946) van Jean Cocteau, Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen (1937) en Andy Warhol, met een tomeloze voorliefde voor kitsch en vuil. Cocteau is een ware obsessie van Demy, nog eens onderstreept door de vertolking van Jean Marais als de Blauwe Koning.
Exit de alleenstaande moeders uit Les Parapluies en Les Demoiselles. In Peau d'Âne veroordeelt de dood van de koningin de prinses (Catherine Deneuve) ertoe te trouwen met haar eigen vader, de Blauwe Koning. Onder de vleugels van haar meter, de Seringenfee (Delphine Seyrig), vlucht het meisje uit haar koninkrijk, vermomd als dier. Rond dat huiveringwekkende spookbeeld van incest draaien de tegenstellingen van de sprookjeswereld. Zoals Charlotte Garson opmerkt in haar tekst Jacques Demy en ses œuvres complètes 'Super ou ordinaire ?', staan het blauw van de roofzuchtige verwekker en het rood van de prins op het witte paard (Jacques Perrin) tegenover elkaar. Ze vinden elkaar terug in het paars van de Seringenfee, een overgangsfiguur tussen deze twee vormen van mannelijkheid.
De onvergetelijke scène van de cake d'amour speelt op haar beurt met zijn en schijn van de prinses en de slons. Met een briljante, speelse montage van verdubbeling en magische verschuiving jongleert de scène met de rollen, om vervolgens de metamorfose des te mooier te vieren. De ring die in de taart verstopt zit, varieert op de boon uit de driekoningentaart en parodieert die, als een wonderbaarlijke en gelukkige weerspiegeling van de tragische scène uit Les Parapluies. De zoveelste dualiteit in Demy's referentienetwerk.
Céline Sciamma, LaCinetek, vidéo : https://www.youtube.com/watch?v=bAmBWSfglg0
Paola Olmo. Le cinéma de Jacques Demy : la redéfinition des genres (gender) à travers des genres cinématographiques revisités. Art et histoire de l’art. 2025. ⟨dumas-05485601⟩
Garson Charlotte, Jacques Demy en ses œuvres complètes « Super ou ordinaire ?, Etudes 2008/12, tome 409, pages 653-662, éditions S.E.R., 2008.


