Articles

Digger

Luidruchtig, eigenzinnig en hilarisch ontspoord. Een ongemakkelijke film die je uitdaagt om hem te haten en vervolgens onder de huid kruipt.⁠

Op 26 augustus brak een gletsjerbrok af van de berg Langtang Lirung en joeg een negen meter hoge muur van water en puin honderd kilometer ver voort langs de grens tussen Nepal en Tibet. De beelden van dood en verwoesting schokten de wereld. Het is precies dit soort apocalyptische scenario’s dat Digger (2026) al leek te voorspellen. Terwijl de realiteit ons eraan herinnert dat klimaatcatastrofes geen fictie meer zijn, speelt Tom Cruise een oliemagnaat die met zijn eigen hebzucht in aanvaring komt. Alejandro González Iñárritu regisseert dit alles met een mengeling van satire en chaos, en het resultaat is even ongemakkelijk als actueel.

Cruise kruipt in de huid van Digger Rockwell, een ijdele oliemagnaat wiens boorplatform het Groenlandse ijs breekt en zo een ongeziene milieuramp ontketent. Aangezien hij deze puinhoop veroorzaakte en de enige is met het geld en het ego om de boel op te ruimen, moet hij wel aan de slag gaan. Twee zenuwachtige adviseurs flankeren hem: de Amerikaanse vicepresident (Michael Stuhlbarg) en de kritische klimaatwetenschapper Ganesh (Riz Ahmed). Halverwege de film kantelt de toon volledig, maar meer kunnen we niet verklappen.

Cruise vormt de ruggengraat van dit project. Onder een vetpak en protheses vertolkt hij een grijze man van rond de 65, wat niet ver van zijn eigen leeftijd ligt. De transformatie vergde aanvankelijk zes uur, maar acteur-producent Cruise dwong het make-upteam om de klus in minder dan een uur te klaren. Precies die koppigheid drijft zijn vertolking. Hij gaat volledig op in deze afstotelijke rol. Digger is een bullebak met een glimlach, een versleten James Bond-schurk met een witte kat in premature rigor mortis, een narcist die een mondiale crisis behandelt als een probleem voor zijn persoonlijke branding.

Het hoogtepunt volgt wanneer Digger eindelijk alles toegeeft wat Ganesh hem verwijt: een duizelingwekkende monoloog waarin het personage zijn pantser afwerpt. Scènes als deze bewijzen wat we al vermoedden sinds Magnolia (1999): Cruise kan veel meer dan hard lopen. Hij speelt een man die nooit aan zichzelf twijfelde, en Cruise omarmt die rotsvaste overtuiging zonder ook maar een greintje ijdelheid. Precies daarom werkt het.

Het tempo is waar de film het hardst struikelt. De eerste helft raast voort op een golf van lawaai, met spektakelscènes die zich opstapelen en Cruise die als een flipperbal doorheen het decor ketst. Dan kantelt het verhaal, vertraagt de film en wordt bijna treurig. Die ambitie is te bewonderen, maar de naden zijn zichtbaar. Twee films vechten om één speelduur, en de luide onderbreekt voortdurend de bedachtzame.

De film neemt risico's die studio's niet meer durven te financieren, en laat zijn ster een verwerpelijk personage spelen. Ik verwacht dat critici milder zullen zijn dan het publiek, en die kloof is vermoedelijk zo bedoeld. Digger graaft een groot gat en je loopt misschien geïrriteerd de zaal uit, maar verveeld en onberoerd vertrek je zeker niet.

Met Tom Cruise, Riz Ahmed, John Goodman, Sandra Hüller, Jesse Plemons. Verenigde Staten / Verenigd Koninkrijk. 2u08

Laatste artikelen