29 april 2026
Marina is 18 en zit vol vragen. Ze weet dat haar ouders aan aids gestorven zijn toen zij nog een klein kind was. Maar hoe zag hun leven eruit in Galicië, waar ze bij de familie aan vaderszijde woonden? Waarom heeft haar vader, die daar na de dood van haar moeder gebleven was, nooit de moeite genomen om Marina op te zoeken in Catalonië, waar zij opgroeide bij haar moeders verwanten? En wat voor mensen zijn haar familie daar aan de andere kant van Spanje? Nu ze oud genoeg is om zelfstandig te reizen, besluit ze op zoek te gaan naar antwoorden. Om een studiebeurs — ze wil aan de filmschool beginnen — heeft ze trouwens ook een notariële verklaring nodig waarin haar grootouders officieel bevestigen dat ze deel uitmaakt van de familie.
Aanvankelijk verloopt het familiebezoek prima. De broers en zussen van haar vader ontvangen haar met open armen, ook al voelt ze bij sommigen dat er onopgeloste verwijten en problemen broeien. Dat blijkt des te meer wanneer ze ook haar conservatieve grootouders ontmoet, die de heroïneverslaving, de HIV-besmetting en de langzame aftakeling van hun zoon nog altijd zien als een schandvlek waar ze liefst zo weinig mogelijk aan herinnerd worden. Oma wil nauwelijks iets met Marina te maken hebben, opa stopt haar neerbuigend een dikke envelop met geld toe in plaats van haar document te ondertekenen. Dat haar vader ontbreekt in de reeks kinderfoto’s aan de muur zegt alles.
In haar vorige films Summer 1993 en Alcarràs openbaarde de Spaanse cineaste Carla Simón zich als een verteller met een indrukwekkende neus voor de details die scènes waarachtig maken. Dat talent spreidt ze ook weer ten toon in Romería, waarvoor ze opnieuw de inspiratie zocht in haar eigen verleden. Het betekent dat er tegelijk een documentaire en een uitgesproken gedramatiseerde ambiance over de film hangt. Aan de ene kant bruisen verschillende sequenties (het familiediner, het gesprek met de kinderen in de auto) van het leven en maakt Simón veel duidelijk tussen de regels.
Maar de film laat evengoed veel ruimte voor poëzie en fantasie. Meer zelfs, wanneer Marina begrijpt dat haar familie niet de informatie zal geven die ze zoekt, creëert ze in haar verbeelding als het ware herinneringen aan hoe het leven van haar jonge en verliefde ouders geweest moet zijn. Voor dat stuk van de film doet Simón trouwens een beroep op dezelfde acteurs die in de ‘realiteit’ de rollen van Marina en haar neef Nino spelen. Een gedurfde zet in een empathische film die je zonder aandringen voor zich wint.
