Met zijn vorige project, de documentaire Pictures of Ghosts, dook de Braziliaanse cineast Kleber Mendonça Filho (Bacurau) in zijn persoonlijke verleden en dat van zijn thuisstaat Recife. Zijn nieuwe film The Secret Agent is een rechtstreekse afgeleide van het onderzoek dat hij toen deed, ook al gaat het om een compleet ander soort cinema. Deze keer verpakt hij zijn gedachten en gevoelens over zijn jeugd in een meeslepend fictieverhaal dat allerlei genres door elkaar mengt. Centraal staat Armando (gespeeld door Wagner Moura), een intellectueel die in de jaren 1970 op de vlucht is voor zowel het militaire regime als de huurdoders van een rijke industrieel. Een imposante film, terecht bekroond met twee prijzen — beste regie en beste hoofdacteur — op het Filmfestival van Cannes. Het is ook daar dat we Mendonça Filho de hand schudden.
Je bent geboren in 1968 en dus een kind van de jaren 1970. Wat staat je het meest bij van die periode?
De vreemde ambiance van toen. Dat gevoel kwam weer helemaal terug toen ik me in mijn persoonlijke archieven verdiepte om mijn documentaire Pictures of Ghosts te maken. Mijn videotapes, audiocassettes, foto’s en krantenknipsels. Plots herinnerde ik me weer het Brazilië van toen, met zijn absurde logica, geweld en corruptie. Maar ook hoe mensen zich aan elkaar optrokken en elkaar steunden.
Begreep je als kind wat er politiek aan de hand was?
Ik voelde dat er een soort donkere wolk boven alles hing. Dat gevoel wou ik absoluut weergeven in The Secret Agent. Ik herinner me nog goed hoe volwassenen toen midden in een gesprek plots stiller begonnen te praten. Dat was een instinctieve reactie om zichzelf te beschermen, omdat ze wisten dat ze iets zeiden wat niet mocht. Dingen waarvoor je in een dictatuur gestraft kon worden, omdat het regime je kon bestempelen als communist en oppakken. Stiller praten was een zelfverdedigingsmechanisme. Al had het op mij natuurlijk het tegenovergestelde effect. Als je merkt dat volwassen plots stiller praten, wil je net absoluut weten waarover ze het hebben (lacht).
The Secret Agent weeft verschillende genres door elkaar. Zo verwijs je bijvoorbeeld naar horrorfilms als Jaws en The Omen. Hoe belangrijk zijn die films voor jou?
Horrorfilms maken deel uit van wie we zijn. Ik heb er veel gezien toen ik jong was, dus er hangt wel het nodige trauma aan vast voor mij. Jaws was bijvoorbeeld een heel traumatische ervaring, ook al omdat ik toevallig uit Recife kom, een stad die aan de kust ligt. We hebben een heel mooi strand maar helaas ook een probleem met haaien. De voorbije dertig jaar hebben die er 31 mensen gedood. Dat is meer dan één slachtoffer per jaar. Dat gegeven zit trouwens in mijn eerste film, Neighbouring Sounds. Horror fascineert me, en dan vooral de plaatsen waar de horror van een nachtmerrie, van fantasie en verbeelding, in contact komt met de realiteit. Niet fysiek maar het gevoel van pure angst.
De openingsscène van The Secret Agent draait rond een rottend lijk onder een stuk karton. Dat is zeer fysiek.
Het is een manier om de geflipte logica van Brazilië in de jaren 1970 te illustreren. Nu lijkt het krankzinnig maar toen was dat niet onmogelijk. Dat lijk ligt ergens aan een afgelegen pompstation. Het is carnaval, iedereen feest en de politie heeft het druk. Dat lijk is daar gewoon achtergelaten en is beginnen te rotten in de hitte. Het is bizar en te gek voor woorden maar in de context van toen houdt het steek.
Hoe belangrijk is de carnaval voor de film?
Carnaval zet alles op scherp. Zeker in Recife maakt het alles extra bizar én mooi. De muziek, de kleuren, de transgressie. Veel mensen kennen het carnaval in Brazilië vooral van de televisie, en ik moet zeggen dat die beelden de werkelijkheid tekortdoen. Die beelden zijn te vulgair. Ik wou carnaval tonen zoals het echt is, in Panavision, widescreen, met goed geluid en volgens mij mooi camerawerk. Ik ben trots op wat ik in die scènes voor elkaar heb gekregen. Carnaval is uitzinnigheid en trance. Ik ben er heel vaak naartoe geweest. Al moet ik toegeven dat mijn vrouw en ik er een jaar of tien geleden wel genoeg van hadden. Het is heel plezierig maar uiteindelijk ook altijd hetzelfde. Maar ik hou van carnaval als concept, hoe vreemd en oneerbiedig het is.
Je hoofdacteur Wagner Moura had al meer dan 10 jaar geen langspeelfilm meer gedraaid in Brazilië en is door onder meer Narcos en Civil War een internationale ster geworden. Hoe heb je hem overtuigd?
Ik heb hem gewoon het script gestuurd. Hij was meteen enthousiast. Hij is drie maanden naar Recife gekomen en we hebben heel goed samengewerkt. Hij is een goeie vriend geworden. Ik ben blij dat hij nog eens in een Braziliaanse film heeft meegespeeld. Ik denk dat het hem ook deugd heeft gedaan. Het moet niet meevallen voor een acteur om in een taal en cultuur te werken die niet de jouwe is. En Wagner is een fantastische acteur. Ik wou hem zien in een rol die misschien wat ongewoon is voor hem, als een man die geen traditionele held is maar die je toch wil volgen.
The Secret Agent
In het onderdrukte Brazilië van de late jaren 1970 keert Armando (rol van Wagner Moura) terug naar zijn geboortestreek Recife. Hij wil er zich over zijn zoontje ontfermen en meer te weten komen over zijn moeder, die hij zich niet meer herinnert. Intussen zitten hem twee huurdoders op de hielen. Levendig, meeslepend en opvallend warm portret van een gestoord (maar ook herkenbaar) tijdsgewricht.

