Toen regisseur Brendan Canty zijn eerste langspeelfilm Christy and His Brother draaide, in de kansarme arbeiderswijk Kocknaheeny aan de noordrand van zijn thuisstad Cork, maakte hij kennis met iemand van de Irish Travellers, de nomadische Ierse gemeenschap die je het best kunt vergelijken met de Roma. “Waarover gaat je film?” vroeg de man. Canty legde uit dat hij het verhaal wou vertellen van een 17-jarige jongen die opgegroeid is in de pleegzorg. “Ah, een pleegkind,” reageerde de man. “Dat wordt dus een deprimerende film, veronderstel ik?”
Die reactie bevestigde wat Canty’s vermoeden dat het publiek de film waarschijnlijk met verkeerde ideeën zou ontvangen. Maar het sterkte hem ook in zijn plan om net het tegenovergestelde te maken. Christy and His Brother bevat zeker harde en confronterende scènes — vooral in het begin — maar in tegenstelling wat je zou verwachten, stuurt de film je opgewekt de zaal uit. “Alan O’Gorman, die het scenario geschreven heeft, en ik wilden niet toegeven aan de clichés die de ronde doen over Knocknaheeny,” vertelt Canty op Film Fest Gent. “We wilden de realiteit niet verbloemen, maar we waren voorzichtig. We hebben vooral veel geluisterd en geobserveerd, op zoek naar authenticiteit.”
Je hebt wel de indruk dat de reputatie van Knocknaheeny een effect heeft op de inwoners zelf. Alsof ze zich echt minderwaardig voelen. Heb je dat daar ook gezien?
Absoluut. Ik weet nog dat ik een moeder uit die wijk met een vriendin hoorde praten over haar zoon, die in Cork naar de universiteit wou gaan. En ze zei letterlijk: “Hij maakt meer kans om op de maan te landen.” Je voelt zoveel onzekerheid. De jongeren die in Christy and His Brother meespelen, zijn enorm intelligent, maar ze zouden alle moeite hebben om overeind te blijven in een academisch milieu. Gewoon omdat ze zich bewust zijn van het stigma dat op hen kleeft. Het is zo moeilijk om dat gebrek aan eigenwaarde te overwinnen. Enkele jaren geleden deed mijn vader in Knocknaheeny workshops sociale media voor volwassenen, en hij moedigde iedereen met een eigen onderneming aan om hun zaak te promoten op Facebook. En de reactie was steevast “O nee, iedereen zal me uitlachen als ik dat doe.” Je moet er vooral in je hoekje blijven zitten. Ik denk dat het een universeel gegeven is voor dat soort buurten.
Toch voel je in de film ook veel humor en warmte. Heb je lang moeten zoeken om die te vinden?
Het is één van de eerste dingen die in het oog springen als je er even rondloopt. Er hangt als het ware magie in de lucht. Er gebeuren voortdurend bizarre dingen. De eerste dag dat we er waren, stapte er een jongen van een jaar of 11 naar ons. “Komen jullie hier die film Christy and His Brother draaien?” We vroegen hem hoe hij dat wist. En hij antwoordde: “Ik weet alles!” (lacht) Er was een meisje bij hem, en zij zei “Hij is beroemd.” En de jongen: “Omdat ik een duif meegebracht heb op de bus.” Hij vroeg “Heb je internet op je telefoon?” En hij toonde ons een video die iemand had gemaakt, van die jongen op de bus met een duif. De video was viraal gegaan, sindsdien is die jongen een lokale beroemdheid.
Christy and His Brother loopt vol zulke karakters. Ik denk met name aan Robot, de jongen in een rolstoel die enorm rad van tong is. In hoeverre is hij fictief?
Hij is echt zo. Hij heet Jamie Forde. Hij is pas echt een f*cking beroemdheid in Knocknaheeny. Het enige wat we veranderd hebben, is zijn bijnaam. Jamies echte bijnaam is ‘The King’. Wij hebben er Robot van gemaakt omdat het naar onze smaak goed bij die rolstoel paste. Er was vroeger bovendien echt iemand in Cork met die bijnaam. Wat mij opviel: je zou denken dat een joch in een rolstoel constant gepest zou worden in die wijk, maar het tegendeel is waar. Als je iets slechts durft te zeggen over Jamie krijg je ervan langs. Hij is trouwens echt een goeie rapper. Hij heeft al het voorprogramma gedaan voor Kneecap.
Net zoals veel jonge acteurs in de film maakt hij deel uit van The Kabin Studios, het jeugdhuis in Knocknaheeny. Wat maakt die plaats zo bijzonder?
The Kabin Studio is een verplaatsbaar containergebouw dat in 2012 ingericht is als muziekstudio, om jongeren te leren hoe ze hiphop moeten maken. De bezieler is Garry McCarthy, een lokale rapper die geld inzamelde van het gemeentebestuur om workshops te doen. Het is uitgegroeid tot een hele gemeenschap, en een echte thuis voor die jongeren, ergens waar ze zich veilig en gewaardeerd voelen. Het is een fantastische plek. Om maar een idee te geven: enkele jaren geleden was er een jongen uit Gaza City — Abdul heette hij — die online op zoek was naar tutorials om te leren rappen. Hij vond toevallig de website van The Kabin, en hij stuurde Garry een e-mail. Garry nam de jongen onder zijn vleugels, gaf hem via Skype of Zoom lessen, en vandaag is hij als MC Abdul een sensatie in de Arabische wereld. In september 2024 kreeg hij een uitnodiging van Macklemore om mee te werken aan diens song Hind’s Hall 2. Allemaal dankzij The Kabin Studios. Als elke stad iets als The Kabin had, zou iedereen daar gelukkiger van worden.
Nog even terug naar de film. Je toont de samenhorigheid die Christy vindt bij die jongeren. Maar je toont ook het geweld dat deel uitmaakt van die wereld, met name bij Christy’s criminele neven. Alleen valt het op dat je dat geweld nooit laat uitbarsten. Hoe heb je die grens vastgelegd?
Er waren versies van het script waar we dat geweld explicieter maakten. Maar uiteindelijk vonden we dat we die scènes niet nodig hadden. We wilden dat geweld ook niet verheerlijken. Die neef is duidelijk een drugsdealer, maar in plaats van het over drugs te hebben, kibbelen ze over thee zetten en videogames spelen. Ik wou ze vooral afschilderen als mislukkelingen. En tegelijk ook empathie tonen.
Christy heeft enkel vage herinneringen aan zijn moeder omdat hij heel jong was toen ze overleed. Wat is jouw vroegste herinnering?
(denkt na) Ik weet het eigenlijk niet. Ik heb nogal wat herinneringen waarvan ik denk dat ze van lang geleden zijn, maar dan zie ik een foto en vraag ik me af of het geen herinnering aan die foto is. Ik denk bijvoorbeeld dat ik me de dag herinner dat mijn jongere zus geboren werd. Ik was thuis met mijn vader en hij zat spelend achter me aan en we sprongen op het bed. Ik moet toen een jaar of twee en een half geweest zijn, even oud als mijn eigen dochter nu. Gek dat zij zich waarschijnlijk niets zal herinneren van wat ze al meegemaakt heeft in haar leven. Ik vind het geheugen mateloos intrigerend. Herinneringen en nostalgie zijn zo krachtig. Er is een album van Youth Lagoon met familie als thema, en hij verwerkt er allemaal geluidsfragmenten uit zijn jeugd in. Ik moet altijd huilen als ik ernaar luister.
CHRISTY AND HIS BROTHER
Een Ierse jongen van 17 die al zowat zijn hele leven in de pleegzorg heeft gezeten en compleet op de dool is, vindt onverwacht een thuis bij de kleurrijke karakters uit de arbeiderswijk waar zijn stiefbroer woont.
